zondag 20 juli 2014

Woorden

Woorden geven aan een situatie die je niet begrijpt. Soms is stilte het enige dat gepast is. Toch zoeken we naar woorden. Woorden om onbeschrijfelijk verdriet een plaats te geven. Woorden geven aan dat waar we geen woorden voor hebben. Woorden in gebeden. Woorden van troost. Woorden bij rouw.
We willen woorden hebben. We willen iets zeggen. Iets zeggen wanneer alle logica ontbreekt. Wanneer dat gebeurt wat ons leven stil zet.

Ik las deze dagen de tragische verhalen van gezinnen die compleet omkwamen door de vliegtuigramp. Van ouders die hun kinderen verloren. Van geliefden die elkaar nooit meer terug zouden zien. Ik ken ze niet. Maar tranen welden in mijn ogen. God, hoe moet ik dit nog begrijpen? Ik heb hier toch geen woorden voor?


Stilte

Op dat moment
wordt het stil
Oorverdovend stil.
Ik hoor alleen nog
de klap nadreunen
Die echoot en echoot
Tot de dag
dat ik het weer
kan horen.
Het zachte suizen
van de wind.
Het is
er steeds geweest.


1Kon.19:9-13

Toen richtte de HEER zich tot hem met de woorden: ‘Elia, wat doe je hier?’ 10 Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ 11 ‘Kom naar buiten,’ zei de HEER, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam de HEER voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. 12 Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. 13 Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ 

donderdag 10 juli 2014

Afscheid

Denk jij wel eens na over sterven? Over wat er na dit aardse leven is? Ik wel.

Ze was al heel oud. Haar gerimpelde handen lagen in de mijne. Ik pakte wat olie en wreef haar handen zachtjes  in. Een zoete geur vulde de kamer. Ik hield haar handen vast. Streek er zachtjes over. Zo broos en breekbaar. De zon scheen, maar de gordijnen hielden het felle licht buiten. De kamer was schemerig. De onwerkelijke wereld van het sterven. Buiten de wereld die door leefde, binnen de wereld die bijna stil stond. Geen besef meer van tijd. Niet van aardse tijd. Eeuwigheidstijd, die begon nu te tellen. Alsof de klok overging van het aardse naar het eeuwige. Als of God de hemel opende en zijn hand al uitstrekte. Alsof het aardse en het hemelse elkaar even raakten. Ik -jong en midden in het leven- met in mijn handen de oude kwetsbare handen, die spoedig niet meer zouden bewegen. Ze voelden koud aan. Ik wreef ze warm. Onderwijl zong ik een oud Psalm. Psalm 121. Het vierde couplet, oude berijming: “De HEER' zal u steeds gadeslaan, opdat Hij in gevaar, uw ziel voor ramp bewaar'. De HEER', 't zij g' in of uit moogt gaan en waar g' u heen moogt spoeden, zal eeuwig u behoeden. “ Haar ogen waren dicht. Haar mond wijd open. Ik wist dat het niet lang meer zou duren. Soms hoorde ik haar ademhaling een tijdje niet. Dan raakte ik haar gezicht even aan.  Ze was er nog.  Dan opeens slaakte ze een luide zucht. Een diepe ademhaling.  Ik bad dat de familie op tijd mocht zijn om nog afscheid te nemen.  De familie zou gelukkig zo komen. In zachte woorden sprak ik nog een gebed uit, bracht haar voor Gods troon en gaf haar over aan de Vader. Daarna bad ik het Onze Vader en zegende haar. "De Heer zal bij U zijn . De Heer zal U bewaren." Op weg naar de Eeuwige. Ik zag Hem in gedachte al klaar staan. Zijn armen wijd geopend om Zijn dochter te ontvangen. Kom maar. Je mag nu alle aardse lasten achter je laten. Niets hoef je meer zelf te dragen. Kom maar. Je bent moe. Het is goed geweest. Het is tijd. Dag lieve zuster, tot later. Eens zien we elkaar weer en zullen juichen en lachen en zingen. God is met je.

*Om privacy redenen een fictief verhaal, hoe het echter vaak in werkelijkheid toegaat.


Psalm 121
1 Een pelgrimslied.

Ik sla mijn ogen op naar de bergen,
van waar komt mijn hulp?
2 Mijn hulp komt van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

3 Hij zal je voet niet laten wankelen,
hij zal niet sluimeren, je wachter.
4 Nee, hij sluimert niet,
hij slaapt niet,
de wachter van Israël.

5 De HEER is je wachter,
de HEER is de schaduw
aan je rechterhand:
6 overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.

7 De HEER behoedt je voor alle kwaad,
hij waakt over je leven,
8 de HEER houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.



dinsdag 1 juli 2014

Het is zaliger te geven.....

Als je een mooi verjaardagscadeau wilt krijgen, ga dan op je verjaardag versierde zelfgebakken cakejes trakteren aan dementerende mensen. En je weet meteen wat de Bijbel bedoelt met: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." (Hand. 20:35)



1.
Ik kom met mijn cakejes langs de bewoners.
Ik: "Ik ben jarig en kom trakteren!"
Man (ver in de 90), kijkt me bedenkelijk aan: "Bent u of ben ik jarig?"
Ik: "Ik ben jarig. En u mag iets lekkers van mij."
Man strekt hand uit en vraagt: "Gefeliciteerd. Zo hoort dat toch als je jarig bent?"
Ik: "Ja zeker, lief dat u me feliciteert."
Ik wil weglopen, maar hij trekt me aan mijn rok.
Man: "Als u jarig bent, mag ik u toch ook zoenen?"
Ik glimlach: "Ja, zeker mag dat."
Ik kniel neer naast zijn rolstoel en laat me op mijn wang kussen.
Hij voelt zachtjes aan mijn gezicht. We blijven zo even zitten. Dan sta ik weer op. Ik zeg gedag, maar hij reageert niet meer. Hij zit weer in zijn eigen wereld. Met een stralende lach op zijn gezicht.

2.
Ik kom met mijn schaal cakejes bij een oude vrouw die niet meer praat. Ik vertel haar dat ik jarig ben en lach vrolijk naar haar. Dan vertel ik dat ik daarom iets lekkers meegenomen heb. Ik houd de schaal in haar gezichtsveld en kijk of ze reageert. "Wilt u er een? " vraag ik. Ik observeer haar. Reageert ze? Dan zie ik dat haar hand beweegt. Alsof ze met haar hand iets wil zeggen. Maar wat? Ik besluit naast haar te gaan zitten. Ik zet de schaal voor ons. Ik laat haar de cakejes zien. Met een geel hartje, een paars bloemetje, met kleine marshmallows en gekleurde suikerconfetti's. Ik heb het idee dat ze me volgt met haar ogen. Ik blijf nog even zitten met de schaal recht voor haar geschoven. Twee minuutjes blijft het stil en dan gebeurt het wondertje. Trillend gaat haar hand naar de schaal en wijst ze dat ene cakeje aan, met die paarse bloem en gekleurde spikkeltjes.

3.
Ik kom bij een oude mevrouw. Ik vertel dat ik jarig ben en wat lekkers kom brengen. De vrouw negeert me totaal, kijkt me niet aan, maar grist wel een cakeje van de schaal. Ik groet haar vriendelijk, geef haar een aai over haar schouder en ga verder.
Als ik een uurtje later weer in de huiskamer kom om met iemand te praten, zie ik tot mijn verbazing dat het cakeje nog voor haar staat. Af en toe raakt ze het roze marsepeinen bloemetje zachtjes aan met haar vinger. Dan gaat haar vinger weer naar het glazuur, waar ze zachtjes overheen strijkt. Iedere keer als de verzorgsters langs komt, houdt ze de verzorgster aan. "Dit cadeautje heb ik gekregen", zegt ze. En dan voelt ze weer aan het bloemetje. Als ik naar huis ga, twee uur later, kijk ik nog even door het raam van de huiskamer. Mevrouw zit te lunchen. Naast haar bord staat het cakeje. Af en toe stopt ze met eten en raakt even het marsepeinen bloemetje aan.

donderdag 26 juni 2014

Vrouwen en auto's

In het kader van de pakkende titels, dacht ik, ik doe eens wild. Jammer dat ik niet kan zien of mijn lezers mannen of vrouwen zijn, want ik ben best benieuwd of zo’n titel nu invloed heeft op het publiek dat ik trek. Maar goed. Ga ik het daadwerkelijk over vrouwen en auto’s hebben? Ja. Inderdaad.

Gisteren maakte ik een prachtige parkeermanoeuvre, al zeg ik het zelf. Met een mooie zwier parkeerde ik in één keer achteruit in tussen twee andere auto’s. Ook op de achterbank bleven mijn parkeerkunsten niet onopgemerkt. Mijn dochter van 9 riep verrukt uit: “Wow, mama, je lijkt nu net papa!” Nou ja zeg. Mooi is dat. Oké, mijn man kan inderdaad heel goed inparkeren, maar echt, dit was geen beginnersgeluk of toevalstreffer. Ik kan ook prima parkeren. Sterker nog, mijn man mag dan nog net iets beter zijn in achteruit inparkeren, maar hij laat de motor duidelijk vaker afslaan. Ik rijd volgens mij subtieler en eleganter. En de enige verkeersboete die we ooit gekregen hebben, was voor fout parkeren en die was, juist, voor ….

Voordat dit een echtelijke ruzie wordt, en dat is uiteraard niet de bedoeling van het schrijven van een blog (ik blog overigens op verzoek van mijn man), kom ik maar eens to-the-point. Want het gaat me eigenlijk veel meer om die opmerking van mijn dochter. “Je lijkt nu net papa!” Eigenlijk vond ik het wel een prachtige opmerking. Papa is haar held. Papa is haar grote voorbeeld. Papa is haar alles, haar knuffel, haar superman. Eigenlijk had ik geen groter compliment kunnen krijgen dan dat: “Je lijkt op papa!” Dat was haar manier om mij te vertellen, dat ze me echt geweldig vond op dat moment. Het was een blijk van grote waardering.



Het galmde de hele dag na in mijn hoofd: “Je lijkt op papa.” Ik moest ook denken aan mijn hemelse Vader, Abba, Papa. We zijn geschapen naar Zijn beeld. En we kunnen geen groter compliment krijgen dan dat: “Je lijkt op Papa!” We hebben een liefdevolle Vader. Die met zijn armen wijd staat te wachten op ons. Die naar ons toe rent om ons in de armen te sluiten als we naar Hem komen. Die ons wil omhelzen. Liefde. Echte liefde. Pure goedheid. Trouw. Zorg. Aandacht. Vergeving. En Hij viert feest als we naar Hem toekomen. Want Hij is blij met ons. HIJ IS BLIJ MET ONS! We zijn namelijk Zijn kinderen.

Ja, dat is nog eens een Vader. Laat ze maar roepen: “Je lijkt op Papa!” Wat een compliment!

Father of Lights-Vineyard


Father of lights, You delight in Your children
Every good and perfect gift comes from You
Father of lights, You never change, You have no turning
Every good and perfect gift comes from You

vrijdag 20 juni 2014

Moslims

Ik had dit blog "Treinpastoraat 3" kunnen noemen, maar ik dacht, laat ik maar eens een nieuwe titel geven aan mijn treinavonturen.

Ja, ik zat dus weer eens in de trein. En zoals het zo vaak gaat, had ik een gesprek met een vreemde. Een man dit keer. En zoals het ook zo vaak gaat, ging het al gauw over mijn werk als geestelijk verzorger en het feit dat ik christen ben. En zoals vaak oogstte het verwondering  dat ik hoogopgeleid was en gelovig. Mijn medepassagier dacht diep na over deze, in zijn ogen, rare combinatie en besloot toen dat hij dan maar mijn visie op de maatschappij en politiek moest horen. Hij keek me aan en vroeg plompverloren midden in het gesprek: "En wat denkt zo iemand als jij dan van Moslims?" Ik vroeg me af waar hij heen wilde en wat volgens hem mijn visie op Moslims dan zou moeten zijn.
Ik zei hem dus even plompverloren terug: "Moslims zijn mensen. Hoezo?"
Oei, ik had een gevoelig onderwerp geraakt. Ik kreeg een enorme scheldpartij over me heen over hoe slecht Moslims waren en dat we hen niet konden tolereren en dat ze de maatschappij verziekten en dat hij van mij verwachtte als christen -als ik nu toch per se zo nodig christen moest zijn- dat ik wel heel erg tegen Moslims moest zijn.
Ik liet hem rustig even foeteren en bedacht ondertussen  wat ik met deze man aan moest. Ik had helemaal geen behoefte aan een discussie over Moslims. Ik wilde hem liever over Jezus vertellen. Veel leuker. Ik antwoordde zoiets van: "Sorry, maar ik zie een mens liever los van zijn of haar ideeën. Moslims zijn gewoon mensen. En daarbij, als één mens uit een groep er extreme ideeën op na houdt, betekent dat nog niet dat deze persoon een hele groep vertegenwoordigt." Goed, mijn reisgenoot was het niet eens en vertelde me hoe bang hij was voor de Moslims die "oprukten" in Nederland en "het land veroverden" en dat we straks onder de sharia zouden gaan leven en vrouwen niet meer op straat konden. En hij bleef maar zeggen dat ik het als christen toch juist met hem eens zou moeten zijn. Tenslotte “vielen ze mijn geloof aan”.
Ik besloot maar eens over te gaan op het onderwerp “Jezus”. Dat is in dit soort gevallen altijd  het beste. Jezus stond tenslotte middenin de maatschappij, ging dwars door Samaritaans gebied en reageerde nergens met angst. Hij zag de mens. Hij kwam voor de mens. Niet om te veroordelen, maar om liefde te laten zien.
"Waar bent u zo bang voor?", vroeg ik hem dus, "U bent toch ook niet bang voor mij? En ik geloof toch ook iets anders dan u?" Hij antwoordde: "Maar jij legt geen bommen!" Ik antwoordde: "Hoeveel Moslims hier in Nederland kent u die bommen leggen? Kent u eigenlijk Moslims persoonlijk?" Hij dacht na: "Nee, daar spreek ik niet mee." "Misschien dan een idee dat eens te doen?", reageerde ik.   "Spreek jij dan wel met moslims?", vroeg hij me een beetje aangebrand, maar ook verbaasd.

Nu leek het me wel een goede tijd Jezus eens in het gesprek te brengen: "Ja, Jezus sprak toch ook met alle mensen?" De man keek een beetje vreemd op van mijn antwoord. Dat antwoord had hij niet aan zien komen. Waarom begon ik over Jezus?
En zo werd het toch nog een bijzonder gesprek. Over wie ik dacht dat Jezus was. En wie hij dacht dat Jezus was. De Jezus van de Moslims of de Jezus van het christelijk geloof?  Maar vooral over mensen los zien van wat ze doen. Ik vertelde iets over hoe liefde angst overwint. Dat je je leven en handelen kunt laten domineren door angst, maar ook kunt kiezen te leven vanuit de Liefde.
Ik weet niet of hij het helemaal begreep, maar we eindigden met de Bijbel. Over niet oordelen. "Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen" en tot mijn verbazing noteerde hij de tekst, compleet met Bijbelboek en vers, in zijn Iphone.

Nu ben je ondertussen misschien wel benieuwd naar mijn mening over Moslims. Nou, komt 'ie: Moslims zijn mensen. Net als christenen, boeddhisten en atheïsten. Mensen die ik erg graag over Jezus liefde vertel....

vrijdag 6 juni 2014

Confrontatie

Sinds dit jaar volg ik lessen aan de Royal Mission school. Heb ik na drie vervolgopleidingen dan nog niet genoeg gestudeerd? Nee, dit is anders. Het gaat niet zo zeer om veel inhoudelijke kennis, maar om persoonlijke geloofsopbouw en geloofsgroei. Nadenken over wie je bent in Gods Koninkrijk. Nu volg ik momenteel de module "roeping en bestemming". Als commentaar op mijn laatste huiswerk kreeg ik de opmerking: "Volgens mij heb jij je roeping al wel aardig duidelijk". Ja, dat denk ik inmiddels ook wel. Maar ik ga braaf verder met mijn huiswerk deze module en kreeg een interessante vraag: Vraag aan 5 mensen uit verschillende kringen wat ze uniek aan jou vinden en wat ze "bij je komen halen" (dus voor wat je naar me toe komt, wat hoop je van me te ontvangen).

Eigenlijk had ik er eerst niet zo'n zin in. Stel dat niemand iets leuks over me te zeggen heeft? Ik geconfronteerd ga worden met allerlei negatieve unieke eigenschappen? Dat ik te veel praat, te veel schrijf, te druk ben, domme dingen doe, raar ben, dat soort dingen.

Op de Royal Mission sprak Martin Koornstra. Hij is altijd een spiegel voor me. Hij kan net zo overenthousiast zijn als ik, vrolijk zijn eigen dingen doen op zijn eigen manier. Hij zei, dat dat zijn DNA is. En God gebruikt dat DNA om hem in te zetten in Zijn Koninkrijk. En stiekem dacht ik -en oh, dat is best een foute gedachte- als God een hyper-stuiterende Martin Koornstra zo kan gebruiken in Zijn Koninkrijk, dan zal Hij dat met mij ook wel kunnen. Dus vooruit, ik stuur die vraag op naar wat vrienden her en der: in de kerk, buiten de kerk, familie. Laat maar komen dat commentaar.

Natuurlijk had ik me voor niets druk gemaakt, want het was hartstikke leuk te lezen wat mensen van me vonden. Dat wat ik negatief aan mezelf had benoemd, wisten anderen met prachtige positieve bewoordingen weer te geven. Mijn "onuitputtelijke creativiteit", "mijn onorthodoxe methoden om mijn doel te bereiken", "mijn aanstekelijke enthousiasme voor de zaak van de Heer", mijn "onbesuisdheid",  die voor "verrassingen en vreugde" zorgt. En ik heb nog niet van iedereen een reactie, dus ik ben erg benieuwd wat er nog bij gaat komen. Het was echt bijzonder om een keer door de ogen van de mensen om me heen naar mezelf te mogen kijken. Een beetje confronterend ook wel. En ik heb er vooral ook hartelijk om gelachen. Weten ze zeker dat ze het over mij hebben?
Maar ik vroeg me ook af: Waarom toch altijd dat licht negatieve gevoel, dat gevoel van ontevredenheid, over mezelf? Of is dat iets typisch vrouwelijks?

Ik heb dezelfde vraag ook aan mijn kinderen voorgelegd. Waarom kom je naar mama toe? Wat wil je van haar? Dit waren de verrassende antwoorden:
Koekjes en lekker eten (mijn 11jarige pre-puber zoon)
Je Ipad (mijn dochter van 9)
Knuffels en kusjes (mijn jongste dochter van 7)
Wat maakt mama uniek? Daar was even overleg over tussen mijn kinderen. Wat is er bijzonder aan onze moeder?  Het antwoord was daarna unaniem. Dat we nooit naar de BSO hoeven van jou. Dat je ons altijd ophaalt uit school en dan er thuis bent voor ons. En dat je dan altijd heel veel tijd hebt om te knuffelen. Daar pinkte ik wel even een traantje weg. Confronterend. Ja. Maar ik doe het blijkbaar zo slecht nog niet.....Daarna maar even lekker geknuffeld. Daar schijn ik erg goed in te zijn.

zaterdag 31 mei 2014

Feest van de Geest

"Wil je een blog schrijven over Pinksteren voor de jaarmarkt? Iets met het "Feest van de Geest"?" Geen ongewone vraag, want ik schrijf graag blogs. Maar een verhaal over Pinksteren? De meeste mensen komen nog wel een eind als je hen de betekenis van Kerst vraagt: de geboorte van Jezus. Pasen wordt al moeilijker: de opstanding van Jezus. Hij werd gekruisigd, stierf (Goede Vrijdag) en op de derde dag stond Hij op uit het graf. Maar Pinksteren even kort en begrijpelijk uitleggen? We vieren de uitstorting van de Heilige Geest. In vakjargon noemen we dat "de tale Kanaäns". Kerktaal die alleen bij de doorgewinterede kerkgangers een belletje doet rinkelen. Maar kom daar maar eens mee aan bij een willekeurige voorbijganger op straat. "Wij vieren met Pinksteren de uitstorting van de Heilige Geest!" Laten we eerlijk zijn, een erg toegankelijk antwoord is dat niet en het zal menig wenkbrauw doen fronsen. In mijn werk als geestelijk verzorger op de pg-afdeling (dementie) in het verpleeghuis word ik altijd gedwongen om na te denken over beeldend uitleggen. Moeilijke woorden vermijden en veel werken met voorwerpen die je kunt zien, ruiken, voelen en proeven. "Belevingsgerichte vieringen" noemen we dat. Afgelopen jaar besloot ik met Pinksteren een bos uitgebloeide paardenbloemen te plukken, met van die pluisjes eraan. Achter het verpleeghuis is een groenstrook. Ik werk in een volksbuurt in Rotterdam en ik stond in mijn nette jurk, die ik aan had voor de viering, een bos paardenbloemen te plukken in een groenstrook langs de weg. Dat wekte veel bekijks van buurtbewoners. "Wâ mot je d'rmee, wijffie?" Altijd leuk om zo een praatje aan te knopen in de buurt.



De relatie paardenbloemen en de Heilige Geest is misschien niet terug te vinden in de Bijbel, maar ik zal uitleggen wat ik er mee wilde zeggen. De situatie in de Bijbel voordat het Pinksterfeest aanbreekt is als volgt: Jezus is er niet meer, Hij is terug naar de hemel (Hemelvaart) maar laat zijn volgelingen niet alleen achter. Hij beloofde dat de Heilige Geest zou komen, die in hen zou wonen, hen zou troosten en hen zou leiden. Nu kun je je misschien nog iets voorstellen bij een man die sterft aan een kruis en weer levend wordt, maar wat of wie is dan die Heilige Geest? In de Bijbel zien we, dat als de Geest komt er bijzondere dingen gebeuren: de discipelen voelen een windvlaag en op hun hoofden verschijnen tongen als van vuur. De discipelen beginnen in vreemde talen te spreken en iedereen verstaat hen in zijn eigen taal. De Heilige Geest zet iets in beweging. Het woordje "ruach", het Hebreeuwse woordje voor geest, betekent niet alleen geest, maar ook adem of wind. De wind laat de pluisjes van de paardenbloem overal naar toe waaien, maar we kunnen de wind niet zien. Misschien mogen we het wel verstaan als Gods adem die over ons blaast en ons levenskracht geeft, enthousiasme, geestdrift. De Geest vuurt aan. De Geest verbindt. De Geest zet in beweging. De Geest beweegt de discipelen de wereld in te gaan en het goede nieuws over Jezus te verkondigen en gemeenten te stichten. Het feest van de Geest is ook de verjaardag van de kerk. Paardenbloempluisjes die over de wereld geblazen worden en waaruit nieuwe plantjes gaan groeien op de plaatsen waar ze neer komen.

Of mijn idee van die uitgebloeide paardenbloemen goed was? Nu ja, toen de eerste bewoonster binnen kwam in mijn geïmproviseerde kerkzaal -ik houd vieringen in een "snoezelruimte"- riep ze boos uit: "Wie zet hier dat lelijke onkruid op tafel! Haal weg die troep. Dit is de kerk!" Tja, beeldend was het in ieder geval wel...... 


Handelingen 2:1-4
De komst van de heilige Geest
1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.