zaterdag 27 december 2014

Facebook en de onzichtbare stipjes

"Het was een geweldig jaar. Bedankt dat jullie daar onderdeel van zijn geweest!", zo vertelt facebook ons jaar in een tiental foto's. Grappig genoeg doet het me vooral denken aan heel veel mensen die niet op mijn foto's staan.

Als ik aan mijn jaar terugdenk dan denk ik aan mensen. Mensen die ik dit jaar ontmoette, kort of langer. Mensen die mijn weg kruisten voor even of blijvend. Sommigen schreef ik al eerder over in blogs. Maar velen ook niet. Mensen die ik begeleidde tot ze stierven, mensen die hun zonden bij me opbiechtten, mensen die ik op mijn spreekuur had, mensen die een keer bij me aanklopten voor hulp en daarna verder gingen, mensen met wie ik een tijdje opliep tot ze verder konden, maar ook mensen met wie ik een korte ontmoeting had. De drugsverslaafde in de trein met wie ik middernacht de Bijbel las op station Utrecht. Ik ontmoette hem nog een tweede maal en bid nog steeds voor een vervolg. Die vrouw die van de trap viel op het station en aan wie ik eerste hulp verleende. Die oude vrouw die verdwaald was en ik naar huis bracht of dat kleine meisje in de tram dat ik troostte toen ze zo moest overgeven en haar vader niet wist wat hij moest doen. Die zwerver bij de prullenbak, de twee Surinaamse tieners die me het Evangelie gingen verkondigen, de oude vrouw die bijna viel in de metro en ik naar een plek hielp, de meneer in de wachtkamer van het ziekenhuis die me huilend zijn verhaal vertelde. Oh, dan denk ik ook meteen aan de prikzuster in het ziekenhuis die mijn kruisje aan de ketting mooi vond. Ik vertelde haar wat het kruis betekende. We hadden heel weinig tijd. Bloedprikken gaat erg snel, maar ze bedankte me voor het fijne gesprek. De cassière die me met iemand anders hoorde praten over God en met wie ik nu elke week aan de kassa praat over God, Jezus, de Bijbel en de kerk. Of die vrouw die ik -spontaan- belde en toen ze opnam huilend door de de telefoon vertelde , dat ze juist een liturgie van mijn viering had gepakt van enkele weken daarvoor, die ze bewaard had, omdat het haar zo geraakt had. Juist die had ze voor haar gelegd op de keukentafel, omdat ze het nu zo moeilijk had en nu belde ik......

Eén vrouw denk ik nog in het bijzonder aan. Het was op station Amsterdam Muiderpoort. Ze was Amerikaanse. Het was schemerig en het regende en ze moest naar het Stay Okay hotel, waar ik ook heen ging voor een conferentie. Ik bood haar aan met me mee te lopen, dwars door de  Indische buurt, en we raakten in gesprek. Ze vertelde dat ze een half jaar alleen door Europa trok. Of ik wel eens in de VS was geweest? Ja, daar was ik een half jaar geweest. Of het me veranderd had? Ja, dan krijg het verhaal over mij en God. En zo gaf ik een kort getuigenis in die tien minuten dat we samen wandelden. In het halfdonker in de regen hadden we een heel heftig en intensief gesprek. Ze geloofde niet. Of ook weer wel. Of toch niet meer. En zo snel als onze wegen samen waren gekomen, scheidden ze ook weer toen we bij het hotel waren. 

Mensen. Zoveel mensen. Sommigen ontmoette ik gewoon bij de bakker en sommigen via facebook of deze blogs. Of ze reageerden om mijn verhaal op Mystory. Ze schreven, reageerden, vroegen om gebed of advies. De wereld is wonderlijk. Ik ben een piepklein onzichtbaar stipje op deze aarde. En toch ontmoet ik zoveel mensen en lijken zoveel gesprekken gearrangeerd, lijkt het geen toeval te zijn. Toeval? 
Als je dit blog leest en ik heb jou op een wonderlijke manier ontmoet, bedenk dan dat er maar Eén is die wonderlijke dingen doet. En lees je dit blog bij toeval, bedenk dan dat het misschien geen toeval is. Want als er één ding is wat me van dit jaar bij zal blijven, is dat ik nog nooit zo veel wonderlijke en prefect getimede ontmoetingen heb gehad als dit jaar. Het is toch wonderlijk hoe twee onzichtbare stipjes elkaar ontmoeten op de grote aardbol op precies het juiste moment. Wonderlijk. Wonderlijk mooi. Wonderlijk mooi bedacht. 

Ja, ik vond het fijn dat je een onderdel was van mijn jaar, ook als je niet op mijn facebook voorkomt. Ik hoop dat die ontmoeting tussen jou en mij, in het echte leven of hier op het internet, je iets gebracht heeft. Iets wonderlijks. Iets wonderlijk moois. 

maandag 8 december 2014

Adventsgedachte


Ik check mijn werkmail. Een nieuwe aanmelding. Soms van een arts, soms van een artsondersteuner, soms van de thuiszorg. Of ik iemand wil bellen, langs wil gaan of uit wil nodigen voor mijn spreekuur.
Ik vind vandaag een kort mailtje van de thuiszorg over persoon X*. X is stervende, eenzaam en ziet niemand anders meer dan de thuiszorg. Zou ik iets kunnen betekenen? Niemand komt er verder in, maar misschien als ik het probeer?
Natuurlijk probeer ik het. Ik bel X op, leg uit dat ik een geestelijk verzorger ben zonder behandelplan en dat ik alleen kom om te luisteren en als X wil, kan ik ook gewoon in stilte bij X zitten. Tot mijn verbazing stemt X direct in. X begint meteen te huilen door de telefoon. Er is zoveel fout gegaan in het leven en nu is er niemand meer, alleen de dood die wacht.
De volgende dag loop ik door de wijk. Ik blijf staan voor een troosteloze flat, vijf hoog zonder lift. Ik druk op de bel. Zonder dat iemand iets zegt door de intercom wordt er open gedaan. Ik klim de stenen trappen op in het trappenhuis. Ondertussen praat ik zachtjes met God: Geef me wijsheid, inzicht, woorden en bescherming en dank omdat God zal geven wat ik nodig heb. De flat is typische jarenvijftigbouw. Het is er koud en kil. De deur staat al open. X zit in pyama op de bank in een piepkleine huiskamer. Er staat nauwelijks iets. De muren zijn leeg. De afwas staat hoog opgestapeld op het kleine keukenblokje. Ik stel me voor en geef een hand. X zegt niets. Ik haal wat was van een stoel en ga tegenover X zitten en lach vriendelijk. Zeggen hoef ik niets. Tranen stromen al van de wangen en zachtjes en met schaamte vertelt X het verhaal. Kinderen die niet meer komen, alcohol, schulden, kanker. Luisteren. Ik doe niets anders dan luisteren. En af en toe bid ik zachtjes of God me verder vertelt wat ik moet doen. Ik hoef niet veel te doen. Het uur is te kort voor het verhaal. Ik maak direct een nieuwe afspraak en beloof naar de rest van het verhaal te komen luisteren. Ik raad X, die inmiddels erg vermoeid is, aan in bed te kruipen en rust te nemen, vertel dat het verhaal veilig is bij me en dat het goed was dat het verteld is en dat we er samen verder over zullen praten. X gaat op de bank liggen en doet de ogen dicht en murmelt nog "U kunt goed luisteren en doet u de deur dicht?". Zachtjes loop ik naar de deur, sluit deze zorgvuldig en loop de stenen trappen weer af God dankend voor inzicht en bescherming. Ik zegen X en vraag of God X's hart wil warmen. Ook al kent X Hem niet. Maar wie weet, was mijn aanwezigheid al genoeg om iets van Hem te ervaren. Iets van verwarmend Licht. Iets van de Hoop. Iets van verlangen naar een nieuwe wereld. Want bij God zullen de treurenden getroost worden, de hongerigen verzadigd worden, de armen zullen rijk zijn en de geringe zal Hij aanzien geven. Misschien is mijn kleine Lichtje genoeg om de Advent door te laten breken in X's leven: verlangend gaan uitzien naar dat arme Kindje die de wereld op zijn kop was. De Koning die niet kwam met macht. God die afdaalde in een arme stal, de minste wilde zijn. Redder van de wereld. God met ons. Ja, misschien. Ik zie verlangend uit, wetende dat Jezus zag wie voor anderen verloren leek, dat Jezus zag wie verdwaald waren, dat Jezus zag wie door anderen niet meer gezien werden. Verlangend naar de wereld op zijn kop.

*Het verhaal van persoon X is zoals het soms gaat, maar niet te herleiden tot een bepaald persoon.

vrijdag 28 november 2014

Lofzang voor de Schepper *

Verwonderd zie ik de jonge stagiaire om zich heen kijken. Het is haar eerste dag in ons verpleeghuis. Een gesloten huis voor pg, psycho-geriatrie of wel dementerenden. Ze is zestien en doet MBO 2 om zorghulp te worden.

En ja, ons huis is een wereld op zich. Het heeft iets surrealistisch, onwerkelijks. In de huiskamer staat een bed met een uitgemergelde vrouw. Ze ligt daar al twee jaar. Soms eet ze weken nauwelijks en denken we dat het einde snel zal komen. Maar ze heeft een sterk hart. Af en toe schreeuwt ze "Zuster, zuster" en vraagt of ze hier mag blijven. En dan zit er een man. Zijn gebit is uitgevallen. Hij kijkt wezenloos voor zich uit en kwijlt. Praten doet hij niet meer. Een vrouw begint plotseling hard te huilen, terwijl een andere vrouw verstoord opkijkt en roept "Houd je bek". Dan is daar die ondeugend kijkende vrouw die in haar rolstoel zich met haar voeten voortbeweegt. Ze gaat naar de keukenla, graait de lepeltjes eruit en stopt ze naast zich in haar rolstoel. Er gaat een kopje koffie om. Ik pak een doekje en ruim de rotzooi op. De verzorgende is iemand op het toilet aan het helpen en ik ben alleen met de ongemakkelijk kijkende stagiaire. Ik gebied haar vriendelijk bij me aan de tafel te komen zitten. Ik pak een kopje ingedikte koffie en voer een oude vrouw die onafgebroken voor zich uit zit te praten onder haar monoloog de koffie. Natuurlijk wordt het een kledderboel, zoals altijd. Ik pak een papieren slab en maak de vrouw wat schoon. Ondertussen praat ik rustig tegen de oude vrouw, sla een arm om haar heen en stel tegelijkertijd de stagiaire op haar gemak. Ze vertelt dat ze met kinderen wil werken, maar dat ze de eerste stage van school in het verpleeghuis moet doen. Ironisch eigenlijk, want deze mensen zijn net als kinderen. Veel van hen zijn qua gedrag en denken terug in hun kinderjaren.
De verzorging brengt een oude meneer terug van het toilet. Ze zet hem naast me. Hij weet wie ik ben of maakt in ieder geval de indruk het nog te weten. Hij vraagt of ik zijn handen wil vasthouden. Hij murmelt wat voor zich uit en brengt mijn handen tegen zijn voorhoofd. Plotseling vraagt hij of ik voor hem wil bidden."Ja", zeg ik, " natuurlijk." Ik bid voor de man en zegen hem. Bij het amen roept een vrouw aan de andere kant van de kamer ook heel hard "amen"  en "wat mooi dominee". De man brengt mijn handen nu naar zijn mond en kust ze onverwacht. Het geeft niet. Het is goed. Even onverwacht als de kus, roept hij: "En wat heeft u vandaag een mooie jurk aan." Ik lach en strijk hem over zijn haren. Ondertussen zet ik gezang 14 in: "De Heer is mijn herder." Hij doet zijn ogen dicht. Vanuit het bed achter me hoor de uitgemergelde vrouw met haar ijle stem zachtjes meezingen, voor zover ze de woorden herinnert. De stagiaire slaat het gade. Tot we het tweede couplet inzetten. Zachtjes zingt ze mee. Na het lied lacht ze verlegen:"Ik kom ook in een kerk." "Fijn", zeg ik. "Zing maar veel met de mensen." Ze knikt. En met haar nog steeds verlegen glimlach zegt ze: "Wel bijzonder hier, hè?"

*Alles in dit verhaal is zo geschreven dat het niet naar personen te herleiden is.


Lofzang voor de Schepper

Zie ik jou dan zie ik Hem.
Schepsel van de Allerhoogste.

Zie ik jou dan proef ik
Zijn wonderbare Majesteit.

Zie ik jou dan hoor ik
Zijn scheppende stem

Want mens, hoe bijzonder
jouw bestaan.

Hoor ik jouw adem,
Weet ik van een God die leeft!

woensdag 12 november 2014

Storm en stilte

Koningen 1:19-8-13
8 Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God. 9 Daar ging hij een grot binnen om er de nacht door te brengen.

Toen richtte de HEER zich tot hem met de woorden: ‘Elia, wat doe je hier?’ 10 Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ 11 ‘Kom naar buiten,’ zei de HEER, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam de HEER voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. 12 Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. 13 Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van
de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’

Psalm 62: 6-9

6 Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van hem blijf ik alles verwachten.
7 Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.

8 Bij God is mijn redding en eer,
mijn machtige rots, mijn schuilplaats is God.
9 Vertrouw op hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor hem uw hart,
God is onze schuilplaats. Sela



Storm en stilte
Het verhaal van Elia,  die God ontmoet in de zachte bries. Ik schreef er vandaag een overdenking over voor de komende herdenkingsbijeenkomst. Altijd een uitdaging om iets te schrijven dat zowel gelovigen als ongelovigen aan moet spreken. Een avond waarop personeel en nabestaanden komen om overleden bewoners te herdenken. En ik moet spreken, over het thema “stil”. Pijn en verdriet uitleggen met woorden uit de Bijbel aan mensen die vaak geen boodschap (meer) hebben aan de bijbel. Hier een paar van mijn gedachten vandaag:

"De situatie is als volgt: Elia, is een man van God, een profeet. Hij is niet geliefd, wordt achtervolgd om zijn geloof, zoals ook in deze tijd nog gebeurt.  Elia is de woestijn in gevlucht en verstopt zich in een grot. En dan vraagt God: “Elia, wat ben je precies aan het doen? Kom hier voor me staan. Ik wil je zien.” En dan komt dat mooie stukje. Want waar is God? Een vraag die we allemaal wel eens stellen of gesteld hebben. Er komt een krachtige windvlaag. Er komt een aardbeving en er komt vuur. Allemaal machtige geluiden. Grote tekenen. Stormen. Groots geweld. De aarde wordt geschud. Rotsen gespleten.  En zo voelt ons leven soms ook. Ons leven kan geschud worden. Het voelt als een storm die over ons komt. Misschien wel als een aardbeving. Maar God is niet in die machtige tekenen. Hij is niet in die vernietigende krachten. En toen kwam het gefluister van die zachte bries. De zachte stem in de stilte. En daar, ja daar, juist daar, vond Elia God. Ik vind dat zo’n prachtig beeld. God laat zich vinden in de stilte. In de kalmte. In de rust. Niet in de vernietigende storm, die er aan vooraf gaat. God is niet die ziekte, niet die onrust, niet die pijn. God is juist daar waar de stilte is. Hij wil  ons rust en vrede geven te midden van de stormen waar ons leven doorheen gaat.

Soms wordt me gevraagd waarom ik nog geloof als ik zoveel pijn en verdriet zie. Dan vertel ik vaak de mensen over de momenten dat ik aan sterfbedden zit. De laatste dagen, soms uren van mensen. Hoe de stormen van het leven uiteindelijk gaan liggen en de rust komt. En dat we daar aan dat bed, zelfs in heftige doodsstrijd, vaak nog zulke prachtige momenten van rust en stilte mogen hebben. De levensstormen zijn voorbij en we mogen iets van God of als u niet in God gelooft, iets van het goddelijke, ervaren. Hemel en aarde ontmoeten elkaar. Het stof trekt op. En we zien dat God niet zelf de storm was. Maar juist de stille stem die sprak in ons hart.

En zo is het ook in dat prachtige Psalm 62, dat we als tweede Bijbelgedeelte lazen. Zoek rust mijn ziel, bij God alleen. Hij is een schuilplaats. Een plaats van rust. Niet een vernietigende storm, maar juist de plek om te schuilen tegen die storm. Een zacht bries, die fluistert in ons leven: Ik ben erbij."


Het is mooi om over God te mogen spreken tegen mensen die Hem niet kennen. Elk jaar is dit de bijeenkomst waarop ik mensen mag troosten met Gods aanwezigheid, terwijl ze Hem niet kennen. God werkt, ook als je niet in Hem gelooft. Wat een bijzonder werk heb ik toch…..

maandag 27 oktober 2014

Hoe gaat het met je?

Sommige mensen vragen zich af, waarom ik toch zo vaak gesprekken heb over God. En dan bedoelen ze niet de gesprekken die ik voer als geestelijk verzorger op mijn werk (daar verwachten mensen weinig anders dan dat ze met me over God kunnen spreken), maar gesprekken op straat, in de trein, op het schoolplein of in een winkel.

Vandaag zal ik het geheim verklappen, zodat jij het ook kunt. Spoedcursus evangelisatie, zeg maar. En ik kan het je in een paar seconden uitleggen. Het geheim is…..”Hoe gaat het met je?” Ik vermoed dat er nu een paar mensen afhaken bij deze spoedcursus en zich afvragen of ik hier wel bezig ben met een serieus blog. Het antwoord is: “Ja, zeker.” Ga maar eens ergens een gesprek aan met iemand, met een vreemde. Een oude vrouw die in de winkel moeilijk bij dat blikje in het hoge schap kan. Pak het blikje en vraag haar ondertussen “Hoe gaat het met u?”. Vraag die man die aan komt rennen, nog net de trein haalt en tegenover je uit zit te hijgen eens : “Dat was nog maar net. Hoe gaat het met je?”. Vraag die zwerver bij het station die je om geld vraagt maar gewoon eens ‘Hoe gaat het eigenlijk met je?” En let op wat er gebeurt.

Mensen hebben behoefte aan oprechte aandacht en belangstelling. Aan iemand die hen even ziet. Iemand die even stil blijft staan. En hoe kom je dan op een gesprek met God, zul je denken? Dat is niet zo moeilijk. Mensen delen een stukje van hun pijn met je. Vertel iets over je eigen pijn en hoe jij God daarin ervaren hebt. Houd het dicht bij jezelf. Negen van de tien keer willen mensen meer weten. En voor je het weet heb je een prachtig gesprek.

Het was een dag dat ik weer eens naar het ziekenhuis moest. Ik zat in een heel drukke wachtkamer te wachten op het bloedprikken en er waren zeker nog twintig nummertjes voor me (-in het ziekenhuis ben je een nummer-) en maar één prikker. De rest had lunchpauze. Er werd gemopperd in de wachtkamer. Iedereen had commentaar en sommige mensen waren erg gefrustreerd en zelfs boos. De man naast me was opvallend stil. Ik lachte naar hem. “U vindt het niet erg te moeten wachten?” ”Nee hoor”, antwoordde hij “Ik heb wel wat belangrijkers om me druk over te maken.” Ik vervolgde: “Dat klinkt als of er moeilijke dingen spelen in uw leven.” Verder hoefde ik niet te gaan. De man vertelde me over de kanker, zware behandelingen, uitzichtloosheid. Ik vroeg hem hoe hij er mee om ging en waar hij zich aan vasthield. Hij vertelde zijn zoektocht, zijn twijfels en vragen en vroeg uiteindelijk waarom ik er zat. Ik vertelde over mijn ziekte en waar ik mijn houvast vond. De veertig minuten wachten waren zo om en de man nam met tranen in zijn ogen afscheid van me toen hij geroepen werd voor het prikken. “Dank u wel, dat u tijd voor me nam. Ik heb veel om over na te denken.”

Het Evangelie begint bij luisteren. Mensen zien. Echt zien. Dat is precies wat Jezus deed. Hij zag de mensen in hun nood en was met hen bewogen.  Het mooiste verhaal vind ik het verhaal van Zacheüs. Jezus ziet de enkeling. Tussen al die mensen, ziet Hij die ene! Hij heeft Zacheüs gezien. En dat is volgens mij precies waardoor we Jezus liefde kunnen uitdelen aan de wereld. Tussen al die mensen zien wij die enkeling, die waardevol is. Zo waardevol, dat we bij hem of haar stil blijven staan. Te midden van een mensenmassa willen we weten hoe het met hem of haar gaat en voelen we bewogenheid. Dat is voor mij Jezus voorbeeld volgen.

Lucas 19:
[1] Jezus ging Jericho in en trok door de stad. [2] Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. [3] Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. [4] Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer hij voorbijkwam. [5] Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’ [6] Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis. [7] Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’ [8] Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.’ [9] Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. [10] De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’



EENZAAM

Tussen al die mensen
Voel ik me alleen
Als of de wereld leeft
En ik stil blijf staan.

Tussen al die mensen
Wie ziet mij nog?
Ik bedoel, wie ziet
Echt wat mij beweegt?

Tussen al die mensen
Blijft Hij staan
Kijkt omhoog
En noemt mijn naam.

Tussen al die mensen
Zocht Hij mij
Zichtbaar gemaakt
mijn bestaan.

donderdag 16 oktober 2014

Luisterspreekuur

Afgelopen week zat ik in de spreekkamer van een artsenpraktijk waar ik een spreekuur geestelijke verzorging houd. Omdat "geestelijke verzorging" niet echt een term is die de mensen in deze multiculturele achterstandswijk kennen, hebben wij het "het luisterspreekuur" gedoopt. Als een arts met een patiënt oploopt tegen allerlei onverklaarbare klachten, het vermoeden heeft dat er een moeilijk verhaal speelt, maar daar geen tijd voor heeft om dat in tien minuten aan te horen of als iemand niet doorverwezen wil worden naar de psychiater/psycholoog of maatschappelijk werker, dan kom je bij ons op het spreekuur en mag je je verhaal doen. En ik luister. Stel af en toe een gerichte vraag. En luister weer. Een doos tissues op tafel en een geduldige en luisterende geestelijk verzorger tegenover je, die je niet opjaagt, niet op het horloge kijkt, maar alleen liefdevol naar je luistert. En ik verzeker je, luisteren is een kunst, zeker als je door de meest heftige verhalen heen moet: woede, vloeken, pijn en veel verdriet. In de spreekkamer hangt een poster waarop staat: "Een mens ontmoeten is wakker blijven door een raadsel." Ja, inderdaad, een raadsel.

Wat een vragen krijg ik. Waarom dit lijden? Waarom deze pijn? Waarom moet ik sterven? Waarom moet ik verder leven? Waarom..... De een gaat sterven, maar wil nog zo graag leven. De ander moet leven en wil zo graag sterven. Leven is een raadsel.

In het raadsel van ons leven is er Éen die zich de Weg noemt en de Waarheid en het Leven. Ik merk dat veel mensen zoeken. Zoeken naar antwoorden. Zoeken maar een weg, de Weg. Ook in de gesprekken die ik vandaag had met vreemden viel dat weer op. Mensen zoeken. En mensen zijn blij als je hen aandacht geeft, geduldig luistert en vragen stelt die hen in staat stellen orde te brengen in hun zoektocht. Hoewel ik geen antwoorden heb op persoonlijk lijden, heb ik wel een antwoord om het raadsel van het leven te kunnen omarmen. Leren leven in een liefdesrelatie met onze Heer. Hij leert je het leven te omarmen. Hij is het Leven. Hij leert je adem halen. Leven. Bewegen. In een wereld die gebroken is, maakt Hij je een heel mens, zelfs als je je gebroken voelt.

Heel soms moet ik mensen achterlaten in dezelfde wanhoop als ik hen vond. Het lukt niet om door te dringen in hun wanhoop.  Het lukt ook niet om hen te vertellen over en te doordringen van de liefde van God. Maar soms, vaak, lukt het me om Liefde door te geven. Lang niet altijd in woorden. Veel van mijn pastoranten geloven niet en willen niets horen over God, zeker niet in de wanhoop die hun leven is en waar ze God niet in herkennen. En toch kan ik iets doorgeven van Gods liefde. Een van mijn pastoranten (bij wie ik niets over God mocht vertellen) zei het zo mooi na afloop van de serie gesprekken die we hadden. "Mijn pijn is niet weggegaan. Maar sinds jij langskomt, zijn de stekels er af. Het is gladder geworden. Als een steen, die weer rolt in de rivierbedding." Ja, dat is mijn werk. Soms mag ik het Evangelie doorgeven in woorden. Soms alleen door mijn zijn. Maar altijd mag ik er zitten namens die Ene. Middenin de wanhoop van die ander. Een heel klein beetje licht brengen. Licht dat hopelijk mensen de Weg laat zien.

dinsdag 16 september 2014

De Goede Herder zit vast

Ik sta gebogen over het kopieerapparaat op de flexwerkplek. Er komen enge geluiden uit. Een verzorgende zit er ook te werken. "Wat is er?", vraagt ze met haar lieve stem. "De Goede Herder zit vast", zucht ik. "Wat zit er vast?", vraagt ze verbaasd. Ik kijk op van het kopieerapparaat: "De plaat van de Goede Herder voor mijn viering." Nu kijkt ze, terwijl ze naar me toeloopt, naar het beeldscherm van mijn computer waar een herder en wat schapen op staan.


"Het is toch nog lang geen Kerst? Dat is toch met herders?" "Nee", zeg ik. "Dit verhaal staat ook in de Bijbel en gaat over een Herder die een kudde schapen weidt. Een schaapje raakt zoek en Hij gaat het zoeken. En als Hij het vindt is het feest! Die Herder dat is Jezus. Ken je dat verhaal?" "Nee", zegt ze. "Ik ken alleen dat verhaal van de herders en dat Jezus geboren wordt." We hangen nu samen over het kopieerapparaat om te zien achter welk klepje de Goede Herder vast is komen te zitten. "Waarom gaat die herder dat schaapje dan zoeken?" Ik leg uit dat het schaapje verdwaald is, en dat Jezus zoveel van mensen -dat zijn de schaapjes- houdt, dat Hij juist op zoek gaat naar dat ene afgedwaalde schaapje dat de weg naar Hem niet meer kan vinden. En feest viert als Hij het gevonden heeft. "Ja", zegt ze, terwijl we samen alle klepjes openen die we kunnen bedenken om te zien waar de Goede Herder is gebleven "dat is wel mooi enzo, maar als ik naar jouw kerk ga, dan willen ze me daar echt niet hoor. Ik ben Hindoe. En waarom zou Jezus me dan willen? En in de kerk schoppen ze er toch iedereen uit die gaat scheiden enzo." Inmiddels zitten we samen voor het kopieerapparaat met zwarte handen van de inkt. De goede Herder is nog steeds spoorloos. "En wie zou er feesten om mij?", voegt ze nog toe. Inmiddels ben ik blij dat de Goede Herder zich zo goed verstopt. "Mag ik je dan nog een verhaal uit de Bijbel vertellen? Ken je het verhaal van de verloren zoon?" Ze kijkt even op. "Nee, ik ken eigenlijk verder geen bijbelverhalen, behalve het Kerstverhaal, want dat heb ik een keer in jouw kerstviering gehoord." Natuurlijk, afgelopen jaar had ik als thema de herders. En terwijl we wat knopjes op het kopieerapparaat indrukken en proberen het ding te resetten in de hoop, dat het dan verraadt waar de Goede Herder is vastgelopen, vertel ik: "Een Vader had twee zonen. Een hielp heel goed mee en de ander wilde vast de erfenis en ging de wereld in. " "Lekker reizen en dansen enzo" stelt ze lachend vast. "Yep", antwoord ik. "Maar het geld raakt op en hij raakt aan lager wal en besluit terug te keren naar zijn Vader. Wat denk je dat die doet?" Ze denkt na. "Nou, die zal die zoon er wel van langs geven." "Nee", zeg ik, "Hij staat al op de uitkijk, heeft zijn armen wijd open en rent naar zijn zoon toe en sluit hem in de armen. Hij is zo blij! Dan geeft hij hem prachtige kleren en viert een groot feest." "Wow", zegt ze. "Ja, zoveel houdt God van verloren mensen. Er is altijd een weg open naar Hem. Niets wat je ooit gedaan hebt, kan daar iets aan veranderen. Je mag gewoon naar Hem toe gaan." Ze kijkt me blij aan. "Wat een mooi verhaal, dat ga ik aan mijn zoontje vertellen." En dan wijzend op een klein puntje papier dat achter een klepje vandaan komt: "We hebben de Goede Herder gevonden!" Helemaal verkreukeld en onder de inkt komt de Goede Herder met het verloren schaapje te voorschijn. "Ja", zeg ik, "We hebben Jezus toch maar mooi gevonden!"


Annemieke Bosman: echtgenote| moeder | geestelijk verzorger | redacteur IkzoekGod.nl Facebook