maandag 10 februari 2014

Liefde

“Schrijf nu maar eens over iets makkelijks”, zo luidde de opdracht van mijn man. Best grappig, want mijn man is een universitair docent en zijn onderzoeksgebied is voor mij totale abracadabra. En dan “beschuldigt” hij me van een te hoge moeilijkheidsgraad van mijn blogs. “En, oh ja, het hoeft ook niet altijd over God te gaan.” In eerste instantie dacht ik erover om dan maar over mijn huwelijk te schrijven. Ik bedoel, mijn man vroeg er een beetje zelf om. Iets makkelijks en leuks, mijn huwelijk dus. En weet je, misschien doe ik dat ook gewoon maar. Over twee maanden ben ik alweer 15 jaar getrouwd met mijn beste vriend, liefste maatje en de leukste man. We zaten al vanaf de tweede klas middelbare school bij elkaar in de klas. Geen verkering toen nog overigens. Dat kwam pas toen we 22 waren. Vijftien mooie jaren, drie kinderen en eigenlijk nooit echt ruzie. We horen bij elkaar, hoe verschillend we ook zijn. Want ja, dat zijn we: verschillend! En hoe!

Ik heb op de opleiding geleerd dat de meeste mensen getrouwd zijn met hun “allergie”. Of wel, de ander heeft dat wat jij niet hebt en niet bent en nooit zou willen hebben of zijn. En het leuke is, eigenlijk vul je elkaar daar dus gewoon in aan, mits je elkaars kwaliteiten erkent en goed gebruikt. Ik zal niet te veel vertellen over wat mij “allergisch” maakt voor mijn man (niets uiteraard). Ik zal vertellen waarom mijn man allergisch is voor mij. (Dit is een beetje een gok, want hij heeft het nooit zo uitgesproken uiteraard.)  Ik ben altijd aan het denken en kan heel erg door ratelen over wat ik denk. Stel je voor: Man komt thuis van zijn werk. Ik heb een idee of situatie in mijn hoofd, waar ik de hele dag over heb nagedacht. Iets dat me dwars zit of iets dat ik gewoon heel leuk vind en heb “even” behoefte dit te delen. Dat doe ik standaard niet kort en bondig, maar neem daar graag even tijd en heel veel woorden voor. Daarbij zwaai ik flink met mijn armen om mijn verhaal kracht bij te zetten, spring wat hyperactief om hem heen en verwacht dat hij daarna met even zo groot enthousiasme mijn verhaal en gedachten gaat analyseren en beantwoorden. Niet dus, want hij is moe en een man. (Oke, ik mag niet generaliseren, maar ik ken weinig mannen, die net zo hyperactief verhalen kunnen vertellen als ik dat kan. Volgens mij is dat toch wel een beetje vrouw-eigen). Dus hij antwoordt kort en bondig, liefst met een diepe zucht erbij,  en vindt het dan tijd om te eten. Een andere allergie. Ik ben mega-creatief. Ik verzin allerhande crea-dingen om te doen met de kinderen en maak muziek met de kinderen en zit zelf veel achter de piano.  In het begin van mijn huwelijk verwachtte ik dat mijn man wel vrolijk mee zou  musiceren en verven en knutselen. Niet dus. Daar laat ik het maar bij. Ik weet ook niet precies wie hier allergisch is voor wie. Vul zelf maar in.

Het is best grappig als je er over nadenkt hoe je jezelf projecteert op de ander. Je verwacht van de ander dat hij is wie jij bent en ontdekt steeds meer dat je met, in veel dingen, je tegenpool getrouwd bent. Eerst vraag je je af of dat nu wel  handig was. Want wat  moet ik met zo’n rustige, beetje introverte, bèta-man, die a-muzikaal is en van treinen houdt. (Sorry schat, niet negatief bedoeld en eigenlijk heb ik me dat nooit echt afgevraagd, maar ik kan me voorstellen, dat je je dat zo maar zou kunnen afvragen....) En dan ontdek je al heel snel hoe hard je die tegenpool nodig hebt. Als ik te veel stuiter, zet hij me weer op de grond (of kietelt me even flink, helpt ook).  Als ik me druk maak, relativeert hij de boel. Als ik ergens zo in op ga, dat ik de rest van de wereld (of het eten) vergeet, schudt hij me weer even wakker.

Het mooiste voorbeeld was dit. Mijn man bestuurt altijd de auto als we samen weggaan. Ik lees de kaart. (We zijn nog een beetje pre-historisch en hebben geen tomtom.) We reden in Duitsland, waar we toen woonden, en ik hield mijn hand goed op de weggetjes op de kaart. Het waren kleine weggetjes in een bebost gebied. Ik was in opperste concentratie, perfectionist als ik ben, om niet de weg op de kaart kwijt te raken. “Eerste links. Ja, weer links, rechts. Nu gewoon rechtdoor. “ Opeens stopt mijn man. Ik probeerde het nog eens: “Ik zeg toch rechtdoor”. Maar hij bleef staan. Ik begon een beetje bozig te worden. “Ga nu gewoon rechtdoor. Waarom stop je nou?”  Mijn man keek rustig opzij naar mij met een grote grijns op zijn gezicht. Heel laconiek en zonder stemverheffing antwoorde hij me: “Als je nu ook even naar buiten zou kijken.” Oke, ik geef toe, dat was best wel een goed advies. We stonden stil voor een onverhard modderig bospaadje, waar je met een fourwheeldrive nog moeite mee zou hebben om overheen te gaan. Laat staan met ons kleine Toyota Yarisje  van toen.

En dat is dus wat ik bedoel. Daar heb je dus een man voor nodig. Je allergie bij voorkeur. Om niet vast te lopen op modderpaadjes. Daarom houd ik dus zoveel van hem. Ik hoop dat dit makkelijk genoeg te begrijpen was voor de lezer en vooral voor mijn man. De taal van de liefde is niet altijd begrijpelijk en makkelijk te doorgronden. Maar als je leert te begrijpen dat je je tegenpool nodig hebt, dan staat niets een goed huwelijk in de weg. Zelfs als je met een stuiterende, over-enthousiaste, energieke spraakwaterval als ik getrouwd bent.


Op naar de volgende vijftien jaar.....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten